Productinformatie

Hepar Magnesium D10 ampullen (=HM10) ( Weleda) ; productinformatie
Inhoud : 10 ml Hepar Magnesium D10 ; doosjes met 5 ampullen
Kosten : ± € 52,39- per doosje van 5 ampullen indien dit in Belgie besteld wordt. Bij bestelling van meerdere verpakkingen daalt de prijs aanmerkelijk.
Per 12-12-2008 dienen deze ampullen in het buitenland besteld te worden. Houdt u rekening met een leveringstijd van 1 week. Er zijn diverse verzekeraars die dit middel in hun aanvullende pakket vergoeden; o.a. Antroposana/ de Amersfoortse. Uw antroposofische huisarts/arts weet hoe u dit middel kunt bestellen.
Uitgangssubstanties :
Hepar : latijns woord voor lever ; verwijst in dit geval naar de runderlever die in de uitgangssubstantie verwerkt is.
Magnesium : verwijst naar de uitgangssubstantie magnesiumhydroxide .
Mel : honing; komt niet in naamgeving voor maar zit wel in de uitgangssubstantie .
D10 : De uitgangssubstantie wordt vervolgens door een ritmisch schudden en verdunnen gepotentieerd tot een D10 potentie ; dit betekent o.a. dat de uitgangssubstantie 10 maal (10) 1 op 10 (D van decimaal) verdund is. Er zit dan ook buitengewoon weinig van deze uitgangssubstantie in een ampul : 0,6 nanogram hepar en 0,4 nanogram magnesium-
hydroxide ; in totaal dus 1 nanogram.. Ter vergelijk : de sterkste reguliere, hormonale, therapieën , zoals orale anticonceptiva, zijn werkzaam in tientallen microgrammen. Een microgram = 1000 nanogram ; dit betekent dus dat er 20.000-30.000 maal minder uitgangssubstantie in deze ampul zit als in een anticonceptiepil. Dat is zo weinig dat reguliere artsen om deze reden zullen zeggen dat er alleen maar wat zout water in de ampul zit.
Het gaat hier echter om een antroposofisch middel dat volgens antroposofische inzichten bereid is . Antroposofische artsen gaan er evenals homeopathische artsen van uit dat een dergelijk middel waarvan de uitgangssubstantie niet alleen verdund maar ook nog geschud- of op andere wijze ritmisch bewogen is- wel degelijk werkzaam kan zijn al valt dit ook volgens huidige natuurwetenschappelijke inzichten niet te begrijpen.

Werkzaamheid : Hierna volgen mijn huidige inzichten ; wijzigingen voorbehouden.
Volgens natuurwetenschappelijke en reguliere geneeskundige inzichten valt de werkzaamheid niet te begrijpen ; hoe dan wel ? Door naar de fenomenen te kijken die optreden bij de omgang met magnesium en met het middel HM10 . Op uitvoerige wijze kunt u dit nalezen via het submenu  ‘inzichten’ . Op deze plek volsta ik met een samenvatting. HM10 werkt waarschijnlijk op de lichtstofwisseling. Deze lichtstofwisseling hebben wij nodig voor licht in ons denken ; optimistische gevoelens en energieke daden. Magnesium is de lichtrijkste substantie die er bestaat en is in staat om zonlicht binnen ons organisme vast te houden en werkzaam te laten worden. Daarbij doet het er niet toe hoeveel magnesium er in ons lichaam aanwezig is maar hoeveel magnesium organisch actief is.
Door het middel HM10 te injecteren wordt het aanwezige magnesium geactiveerd en kan de lichtkracht hiervan in denken,voelen en willen verschijnen. Het organisch actief worden van magnesium gebeurt doordat het opgenomen wordt in het geheel van onze levenskrachten .Het orgaan wat hierbij een hoofdrol dient te spelen is de lever. De lever wordt door het middel nog eens extra geactiveerd doordat er aan de magnesium ook gepotentieerde runderlever is toegevoegd.
Aangezien denken,voelen en willen uitingen zijn van ons ik en dit ik alleen maar in ons lichaam kan werken wanneer daar een organische basis voor bestaat, d.i. de ik-organisatie, is er ook de suikerhoudende honing aan toegevoegd. Hierdoor raakt onze ik-organsatie geïnteresseerd in lever en magnesium en kan handelend , zelfgenezend optreden.
De kracht en snelheid van de werking is afhankelijk van de aandoening en de mate waarin inactief magnesium hierin een rol speelt. Ruimer geformuleerd betekent dit dat het bij iedere ziekte , ja bij iedere individuele patient de vraag is in hoeverre een te zwakke lichtstof-wisseling de oorzaak is van de ziekte of dat er nog nadere oorzaken aan te wijzen zijn.
Bij wintermoeheid lijkt het falen van de lichtstofwisseling een hoofdoorzaak te zijn ; bij ziekten als fibromyalgie en chronische vermoeidheid lijkt het bij een klein deel van deze patiënten de hoofdoorzaak ; bij het grootste deel van de patiënten een van de hoofdoorzaken en bij klein deel geen oorzaak te zijn.:
Indicaties : onverklaarde moeheid , wintermoeheid , chronische vermoeidheid o.a. bij kanker en na bevalling ; fibromyalgie ; cvs/me ; premenstrueel syndroom ; burned-out , milde depressies ; in principe bij volwassenen.
NB.onder onverklaarde moeheid wordt een moeheid verstaan waarvoor na regulier medisch onderzoek geen verklaring wordt gevonden en waarbij geen sprake is van depressie , overspannenheid of burned-out situatie.
Toedieningswijze : Om maximaal werkzaam te zijn dienen de ampullen in een ader gespoten te worden. Zelden (<1%) vind iemand het drinken effectiever dan het injecteren. Subcutaan injecteren werd door mij onvoldoende vaak toegepast om hier onderbouwde werkzaamheidsuitspraken over te doen. De hoeveelheid, 10 ml, leent zich ook niet echt voor subcutane injectie. Vanwege de injectienoodzaak is deze therapie voor kinderen en jongeren minder geschikt. Vanaf de middelbare schoolleeftijd pas ik deze therapie bij jongeren met terughoudendheid toe mede omdat het effect bij hen vaker teleurstelt….helaas.
Toediener : De meeste antroposofische artsen zullen bereid zijn dit middel toe te dienen. Op de pagina Links vindt u een link naar een lijst van antroposofische artsen bij u in de omgeving.
Een enkele keer is een reguliere huisarts bereid de ampullen toe te dienen nadat dezen door een antroposofisch arts werden voorgeschreven, maar dit is helaas eerder een uitzondering dan een regel. Voor vele huisartsen behoort het tot hun beroepseer zich alleen in te laten met wetenschappelijk onderbouwde therapieën en daar hoort de therapie met Hm10 op dit moment niet bij. Het vergt een zeker gevoel en besef voor de grenzen aan de mogelijkheden de geneeskunde op de gangbare wijze wetenschappelijk te onderbouwen om van een al te rigide hantering van dit eergevoel los te komen en het te vervangen door een realistischer eergevoel dat ruimte laat voor verrassingen en onverwachte bevindingen in de dagelijkse praktijk. Uiteindelijk is ook van de reguliere geneeskunde maar hooguit 25-30% van de therapieën wetenschappelijk onderbouwd en worden de niet-of slecht onderbouwde therapieën toch vlijtig gepraktiseerd. Hopelijk kan een voortgaande wetenschappelijke onderbouwing van de werkzaamheid van Hm10 de houding van de reguliere huisartsen in de toekomst veranderen.
Hoeveelheid: De ampullen bevatten 10 ml. Het ligt dan ook voor de hand 10 ml per keer te spuiten en met deze hoeveelheid is ook de op deze site beschreven ervaring opgedaan. Soms wordt de kracht van de werkzaamheid als onaangenaam ondervonden ; ook kunnen zich bijwerkingen voordoen. Dit zou een reden kunnen vormen om minder dan 10 ml te spuiten. De nare effecten zullen minder naar zijn doch de werkzaamheid is dan ook minder. Een alternatief kan zijn om Hepar Magnesium D4 of D6 ampullen subcutaan te spuiten. Deze werken milder en dienen dan ook 2-3x/week geinjecteerd te worden om effectief genoeg te zijn.
Noot: Hoewel een D6 ampul van 1ml duizend maal zoveel uitgangssubstantie bevat als een ampul met 10 ml D10 is de werkzaamheid duidelijk minder !!! Dit toont al aan dat hier andere geneeskundige principes werken als in de reguliere geneeskunde waar een zgn. dosis/werkings wetmatigheid heerst : hoe hoger de dosis, hoe krachtiger de werking.
Frequentie van toediening: Doorsneefrequentie is 1x/week ; maar 2x/week kan doorgaans probleemloos. Voor 2x/week kan gekozen worden indien de werking op de eerste ampullen nog uitblijft of weliswaar optreedt maar na enkele dagen inzakt. Om een jojo-effect te vermijden kan er dan voor gekozen worden bij het inzakken van de werking de volgende injectie te geven.
Minder vaak kan in principe wanneer de kuur ten einde is maar het effect niet voldoende blijvend is ; dan kan voor frequenties variërend van 1x/2-4 weken gekozen worden.
Snelheid van werking : Deze is afhankelijk van de aandoening.
Opgelet : de hierna genoemde werkingen zijn op ervaring gebaseerd en niet bewezen in regulier –medische zin.

  • Wintermoeheid : Snel ; over het algemeen is het zo dat deze werking bij wintermoeheid binnen 3 injecties optreedt en geen tweede kuur gegeven hoeft te worden ; meestal ( 60% ?) reeds bij de tweede of derde injectie en soms ( 20%?) al na 1 injectie,waar bij het nogal verbluffende feit zich voor kan doen dat de klachten na 3- 6 uur reeds wegtrekken.Het record staat momenteel op 1 uur d.w.z. dat de werkzaamheid 1 uur na de injectie bemerkbaar werd. Het effect van de eerste injecties kan tijdelijk zijn waardoor de klachten na 1 of meerdere dagen terugkeren. Vaak houdt het effect na meerdere injecties steeds langer aan. Vanaf 2008 houd ik als stelregel aan dat de wintermoeheid in 3 prikken over dient te zijn en dat het anders geen of niet alleen wintermoeheid is. Indien de werkzaamheid bijvoorbeeld pas bij de derde prik begint blijkt bij navragen meestal dat de moeheid eigenlijk al veel langer bestond of dat er een vorm van overspannenheid in het spel is. Lees verder bij wintermoeheid/patiënten-ervaringen.
  • Fibromyalgie : langzaam ; meestal pas effect tijdens tweede kuur ( kuur = doosje van 5 ampullen) ; eerste effecten kunnen al merkbaar zijn tijdens het einde van de eerste kuur. Effect komt vaak plots ; gemiddeld bij de zevende injectie Soms snel effect op eerste of tweede ampul ; daarna weer toename van de klachten en vervolgens pas tijdens tweede kuur pas weer afname van de klachten = badkuipcurve. Niet alle klachten reageren in dezelfde mate ; er ontstaat een nieuw evenwicht. Lees verder bij fibromyalgie/patiëntenervaringen
  • CVS/ME : globale verloop is als bij fibromyalgie ; zie aldaar.
  • Bevalling; blijvende moeheid erna : snel ; meestal effect tussen eerste en derde ampul ; echter nog maar weinig ervaringen hiermee.
  • Kanker : snel ; ook hiermee zijn beperkte maar bemoedigende ervaringen.
  • Mitochondriele spierziekte : 3 patiënten ; snel effect ; blijvend effect uitsluitend door continue wekelijkse toediening inmiddels gedurende 1 jaar. Het middel hielp echter alleen voor de moeheid. Met magnesium phosphoricum cp. ampullen ( Wala) werden de spierpijnen en de stijfheid beter beheersbaar.
  • Burned-out : wsch. matig snel d.i. einde van de eerste kuur ; tot dusver uitsluitend in herstelfase toegepast. Wordt gewaardeerd vanwege licht ondersteunende werking. Minder krachtige werking vergeleken met eerder vermelde toepassingen.
  • Depressie : bij milde depressies wsch een matig snelle werking met een aanmerkelijk minder groot effect dan bij moeheidsklachten.
  • Premenstrueel syndroom : snel ; HM10 werkte bij een aantal patienten goed ; evenwel niet bij iedereen.
  • Bij overige typen moeheid zijn te weinig ervaringen( <3) om zinnige uitspraken te kunnen doen.

Bijwerkingen : < 5% : onweerstaanbare zoetbehoefte ged 1 dag . <1 % : hoofdpijn of een warm hoofd de dag na de injectie. De hoofdpijn kan soms 1 week aanhouden ; dit is op 500 behandelde patienten slechts 1 maal voorgekomen. Bij een erg sterke werking kunnen zich op de injectiedag inslaapproblemen voordoen t.g.v. een overmaat aan energie. Bloedneuzen ( zeldzaam)
Bij chronische vermoeidheden kan er onder invloed van HM10 veel in het lichaam veranderen. Niet iedere verbetering van de vitaliteit is in eerste instantie ook plezierig. Onplezierige en niet direct beoogde werkingen worden in de reguliere geneeskunde bijwerkingen genoemd. Vaak gaat het hierbij dan ook nog eens om onbegrepen werkingen. Deze scheiding tussen werking en bijwerking wordt in de antroposofische geneeskunde niet op deze manier gehanteerd. Er wordt getracht tot een begrip te komen voor de reacties van het lichaam ook wanneer dezen in eerste instantie niet plezierig zijn. Ook bij HM10 therapie is het met name bij de behandeling van chronische aandoeningen van groot belang een onaangename werking niet te snel als bijwerking teniet te willen doen. Bedacht dient te worden dat ook bij koortsende ziektes de nare verschijnselen( koorts, slijmproductie, overgeven , hoest etc.) doorgaans geen ziekteverschijnselen zijn maar juist genezingsverschijnselen.
Voorbeelden van schijnbare bijwerkingen : Er bestaat een vermoeden van versterking van het immuunsysteem ; dit kan met name bij fibromyalgie leiden tot toename van klachten van een reeds bestaande voedselallergie ; wellicht ook tot toename van andere zgn. auto-immuunziekten z.a. hypothyreoidie. Dit kan een reden zijn waarom tijdens of na afloop van de kuur bepaalde klachten juist toenemen i.p.v. afnemen. Anderzijds kan hierdoor een onbekende voedselallergie zo duidelijk worden dat hier met een dieet beter rekening mee te houden valt en er daardoor juist een grotere gezondheidswinst te behalen valt dan met de injecties alleen te behalen valt. Bij wintermoeheid kan een dergelijke versterking daarentegen leiden tot een afname van een neiging tot terugkerende luchtweginfecties.
Door nog onbekende reden kunnen sommige darmklachten ook verergeren onder de therapie. Het gaat dan doorgaans om zgn IBS klachten. Dezen kunnen bij andere patienten echter ook juist verbeteren. Het is mij nog onduidelijk waarom zij verergeren.Gedacht kan worden aan een versnelling van de darmwerking waarbij een latente obstipatie manifest wordt. Ook kan gedacht worden aan een vroegtijdiger detectie door het lichaam van ongewenst voedsel – een voedselintolerantie.Dit verschijnsel is niet per definitie negatief te waarderen. Er zijn bij chronische vermoeidheden geregeld patienten die melden dat hun smaak zich veranderde. Behoefte aan snoep en alcohol neemt dan af. Er ontstaat een gezondere smaak ipv een plezierige smaak ; een objectievere smaak ipv een subjectieve smaak. Bij een van deze patienten leidde dit ertoe dat zij 8 kg afviel zonder enige moeite te hoeven doen. Dat was zeer welkom. In het geval van toename van de buikklachten zou het goed letten op een dergelijke verandering van de smaak en het op grond hiervan aanpassen van de maaltijden wellicht een bijdrage kunnen leveren aan de verdere genezing.
Slaapproblemen; een gemaskeerde slaapstoornis die niet opgemerkt wordt omdat de patient te uitgeput is en daardoor normaal slaapt kan bij toename van de energie plots bemerkbaar worden. In plaats van een verdieping van de slaap doet zich dan eerst een slechtere slaap voor met dientengevolge moeheid overdag. Dat is dan ontmoedigend. Of deze slaapstoornis verdwijnt door voortzetting van de therapie is uiteraard afhankelijk van de aard van de slaapstoornis. Een obstructief slaapapnoe syndroom ( snurken) en een slaapstoornis tgv een melatoninedeficientie zullen doorgaans niet overgaan. Hier is dan aanvullende therapie voor nodig.
Bij chronische intensieve vermoeidheden dient bedacht te worden dat dezen bij een relatie/huwelijk een forse impact hebben gekregen op de onderlinge omgang , verwachtingen en gewoontes. Een plots volledig genezen van een dergelijke vermoeidheid zet de gegroeide gewoontepatronen op zijn kop en kan evt. tot grote spanningen binnen de relatie zorgen. Wees hierop bedacht ; juist wanneer het heel goed gaat door de therapie.
Voorzorgsmaatregelen : De indruk bestaat dat stress de werking van dit middel blokkeert en dat het bij manifeste stress minder goed werkt . Dit zou de reden kunnen zijn waarom het bij overspannenheid en burned-outsyndroom minder goed werkt. Indien er sprake is van een vermoeidheidsituatie met een te verwachten voorbijgaande stressepisode kan dit een reden zijn om te wachten met de start van de therapie tot de stressvolle periode voorbij is. Mogelijk is ook heftige pijn op te vatten als stress. Goede pijnstilling lijkt mij aan te raden alvorens een therapiekuur te starten. Lees verder bij het hoofdstuk ‘Inzichten’ .