Griep en luchtweginfecties

De Mexicaanse Griepepidemie van 2009 en de modernere griepen
Van april van het jaar 2009 tot voorjaar 2010 leefde de wereld in afwachting van hetgeen de nieuwe, of voorheen ook wel Mexicaans genoemde, griep ons zou brengen.

Leek het in mei, opgrond van de berichten uit Mexico en de VS, om een uiterst gevaarlijk ziektebeeld te dat in allerlei rampscenarios kon uitmonden. In september was er van dit alles nog niets te bespeuren en werden er vraagtekens gesteld over de betrouwbaarheid van de adviezen van mn Prof. A.D. Osterhaus. De overheid leek zich voor honderden millioenen euro’s ingelaten te hebben met een onschuldig griepje.

In oktober, na het overlijden van enkele voorheen gezonde jongeren, was het ij weer gekeerd en leek het alsof het toch niet zo’n onschuldige griep was. De onbekendheid met deze ziekte in de Nederlandse situatie maakte dat het uiterst moeilijk was om hier professionele adviezen over te geven. Dit gegeven speelde alle deskundigen parten en maakte dat de adviezen per maand zo konden verschillen en ook nog eens per land verschilden.

Een deel van de ongerustheid werd veroorzaakt door het gegeven dat het bij de nieuwe griep om een virale infectie ging en voor virale infecties zijn de therapeutische mogelijkheden uiterst beperkt. Ze zijn beperkt tot algemene maatregelen (bv rust, vocht en zuurstoftoediening) ; een gerichte antivirale therapie, middels Tamiflu, bleek teleurstellend qua effectiviteit. Het beste wat er vanuit regulier-medisch oogpunt dan ook gedaan kon worden was inzetten op preventie. Preventie in reguliere zin betekent vooral : overdrachtspreventie oftewel voorkomen dat het virus zich verspreidt. Er werd dan vooral vanuit gegaan dat het virus de boosdoener is en dat het niet mogelijk is het menselijke immuunsysteem anders dan middels een vaccin te stimuleren en voor te bereiden op dit virus. Dit is echter een erg eenzijdige opvatting van preventie.

Ten eerste kan preventie veel meer zijn dan alleen overdrachtspreventie en vaccineren.
Ten tweede kon niet de gehele Nederlandse bevolking ingeënt worden en dreigde er soms onnodige onrust bij die patienten die zich bedreigd voelden maar die niet behoren tot een bekende risicogroep.  Zij kejgen feitelijk de boodschap dat de overheid verwacht dat de griep bij hen niet zo ernstig zal verlopen.
Ten derde was bekend dat ook wanneer er gevaccineerd werd dit vaccin niet 100% effectief zou blijken te zijn. De schattingen waren destijds dat er na 1 injectie bij 40% van de patiënten voldoende immuniteit opgebouwd zou zijn en na 2 injecties bij ongeveerl 70 % van de patiënten. Aangezien de opkomst  eind november 2009 bij de jongeren ongeveer 70 % leek te bedragen was de maximaal te behalen immuniteit van de jeugdige Nederlandse bevolking 49%.
Door punt twee en drie vielen er gaten in de via vaccinatie te bereiken immuniteit van de Nederlandse bevolking en was het alleen al hier om dringend gewenst aanvullende mogelijkheden ter sprake te brengen.

Wat in 2009 voor de Roemruchte Mexicaanse griep gold geld jaarlijks voor iedere griep en luchtweginfectie. De preventieve werking van de vaccins blijkt beperkt. Steeds meer mensen zien er van af en een groot deel van de bevolking wordt sowieso niet ingeënt. Er zijn dus ook voor de jaarlijkse griep en luchtweginfecties anderen preventieve en therapeutische maatregelen nodig.

Vanuit antroposofisch-medisch oogpunt is er gelukkig goed nieuws te melden. Er zijn diverse maatregelen aan te wijzen waarmee het organisme als geheel ,en daarmee ook het immuunsysteem, versterkt en wakker geschud kan worden bovendien zijn er diverse therapeutische maatregelen mogelijk om, wanneer de griep toch opgelopen wordt, zoveel mogelijk te voorkomen dat zich complicaties voor zullen doen. Deze worden op de pagina’s met de desbetreffende namen besproken.